Geachte aanwezigen, luister naar de volgende anekdote, die relevant is voor het onderwerp van vanavond. Aan de vooravond van de Franse revolutie was het buitengewoon onrustig te Parijs. De bevoorrading van de hoofdstad lag plat, er was onvoldoende voedselvoorraad en er dreigde hongersnood. Elke dag waren er wel enkele kleinere voedselrelletjes, en een heuse voedselopstand hing in de lucht. Zo werd op zekere avond een kapitein van de Franse cavalerie er door zijn oversten op uit gestuurd om een verboden samenscholing ergens op een plein in Parijs ongedaan te maken, desnoods door een geweersalvo te richten op de ongewapende hongerende opstandige bevolking. Nu had de kapitein begrip voor de eisen van het gewone volk. Zelf had hij immers ook familieleden die onder de krappe voedseltoestand gebukt gingen. Hij wou dus niet zomaar op de weerloze bevolking schieten. Anderzijds was hij het aan zijn militaire eer verplicht de Franse koning en zijn oversten gehoorzaam te zijn. Goede raad was dus duur. De kapitein vond de volgende geniale uitweg uit dit op het eerste gezicht onoplosbare dilemma. Hij ging met zijn soldaten naar het plein, en maande het volk tot stilte aan, omdat hij zogezegd een boodschap van zijn oversten had. Toen iedereen stil was, sprak hij als volgt. "Geachte burgers van Parijs, luister naar wat ik te zeggen heb. Mijn oversten hebben mij met de opdracht belast dit plein te ontruimen en van 'canaille' te zuiveren. Dit was ik ook van plan toen ik naar hier kwam. Maar nu ik hier ben, en zie hoezeer het plein volgelopen is met achtbare, ernstig menende en eerbiedwaardige burgers, zie ik mij genoodzaakt deze welopgevoede burgers beleefd te verzoeken eerst het plein te verlaten, zodat ik het daarna van 'canaille' kan zuiveren". Daarop ging de samengestroomde menigte uiteen, en na tien minuten was het plein leeg zonder dat er ŽŽn schot gevallen was. (adapted from J. Decorte)